Als kind leefde hij voor dribbels en panna’s. Tegenwoordig kickt Oussama Targhalline, die deze periode op pad is met het Marokkaanse team, juist op verdedigen en controle.
‘Mijn kindertijd bestond uit voetballen op straat en naar het strand gaan’, vertelt Targhalline in de nieuwste editie van Feyenoord Magazine. ‘Wat wil je als kind nog meer? Belyout is een vrij bekende wijk in Casablanca. We woonden vlak bij de Hassan II-moskee, de grootste moskee in Marokko. De tijd die ik er als kind doorbracht, was de gelukkigste van mijn leven. In Belyout leeft iedereen op straat. De huizen staan er alleen om te slapen. Families delen alles met elkaar. Breed hadden we het niet, maar mijn ouders zorgden ervoor dat mijn twee zussen en ik niets tekortkwamen.’
‘Tegenwoordig, als ik enkele dagen vrij heb, vlieg ik naar Casablanca om mijn familie en vrienden te zien. Dan breng ik ook een bezoek aan Belyout. Ik vind het belangrijk om mijn wijk te vertegenwoordigen. Hopelijk kan ik de jongeren een beetje inspireren. Door hard te werken, niet op te geven, kun je een hoop bereiken in het leven.’
‘Zelf was ik niet echt voorbestemd om profvoetballer te worden. Mijn vader heeft nooit tegen een bal getrapt. Mijn moeder moest er helemaal niets van weten. Voor haar telde maar één ding: een diploma halen. Papa had wel snel door dat voetbal veel voor me betekende. Toen we een rondleiding kregen op de Mohammed VI Academie, een opleidingscentrum voor jeugdvoetballers, zag mama dat daar ook in school geïnvesteerd werd. Dat gaf de doorslag. Ik heb uiteindelijk ook mijn middelbareschooldiploma gehaald, vooral voor haar.’
‘De meeste Marokkaanse topclubs zetten pas recent echt in op een jeugdopleiding. De Mohammed VI Academie, gelegen in de noordwestelijke stad Salé, is in Marokko je beste kans om het ver te schoppen als voetballer. De helft van onze nationale selectie is er opgeleid. Voor mij was het als tienjarige wel even slikken om mijn familie in Casablanca achter te laten. Het eerste jaar huilde ik er elke avond in bed. Zodra ik even de kans had, nam ik de trein naar huis.’
‘Ik kwam op de academie als een echte pleintjesvoetballer. Voetbal draaide voor mij maar om één ding: mijn vrienden passeren, liefst met een panna. Dat veranderde snel. Twee jaar heb ik er niets anders gedaan dan aan mijn basistechniek werken: passes en controle. De bal rolt nu eenmaal sneller dan wij kunnen lopen. Op de academie werd dat er dagelijks ingeprent. Toch heeft ook de straat me gevormd. Als kind moest ik niet alleen langs mijn vrienden dribbelen, maar ook tussen voorbijrijdende auto’s door. Op het strand kreeg ik balgevoel door blootsvoets tegen een bal te trappen. Dat leer je dan weer niet op een voetbalschool…’
‘Op mijn achttiende was het tijd om de grote stap te wagen en de academie te verlaten. Real Betis was heel concreet. Eigenlijk stond ik klaar om naar Zuid-Spanje te verhuizen, maar toen kwam Olympique Marseille… In Marokko is dat een van de populairste clubs ter wereld. Als die aanklopt, dan ga je. Er bestaan kinderfoto’s van mij in het shirt van Olympique. De ploeg waarmee ik op PlayStation speelde, wilde mij… Dat was onwerkelijk’
‘Ik heb er misschien weinig gespeeld (drie duels in officieel verband in seizoen 2021-2022, red.), maar leerde waanzinnig veel. Meetrainen met Frans international Dimitri Payet en ook Boubacar Kamara (tegenwoordig Aston Villa, red.) helpt je als jong talent enorm bij je ontwikkeling. Ik trainde in Marseille onder Jorge Sampaoli, daarvoor bondscoach van Chili en Argentinië. Die man is heel excentriek, maar zeker vijftig procent van alles wat ik als voetballer geleerd heb, heb ik aan hem te danken. Tot ik Sampaoli leerde kennen, deed ik veel dingen goed, maar zonder te beseffen waarom. Dankzij hem ben ik voetbal gaan begrijpen. Iedereen bij Marseille was bang voor hem. Hij roept en tiert, maar geloof me: hij is een warme man naast het veld.’
‘Na een tijdje wilde ik op het veld laten zien wat ik geleerd had. Ik werd in de zomer van 2022 verhuurd aan het Turkse Alanyaspor. Achteraf bekeken geen ideale keuze want het was geen aangename club, maar mentaal ben ik daar wel stukken sterker geworden. Ik leerde er weer iets nieuws van de toenmalige trainer, Francesco Farioli. Op een gegeven moment zag ik me de dag voor de volgende wedstrijd op het bord staan als enige controlerende middenvelder. Tot dan speelde ik eigenlijk een linie hoger, als acht. Ik twijfelde even omdat ik als enige zes ging spelen, en er andere dingen van me zouden worden gevraagd in die rol. Maar ik deed het goed in die wedstrijd en was meteen verliefd op die nieuwe positie.’
‘Me volledig wegcijferen voor de ploeg en de foutjes van mijn ploeggenoten rechtzetten, daar houd ik van. Ik weet dat statistieken belangrijk zijn, maar voor mij is dat niet de essentie van het spelletje. Vraag me niet hoe ik een goal moet vieren. Ik denk dat ik me er zelfs wat ongemakkelijk bij zou voelen en maar gewoon weer het veld zou oversteken. Eigenlijk geef ik liever een assist, zoals die op Ayase Ueda, in oktober tegen FC Utrecht.
Als middenvelder keek ik vooral op naar Andrés Iniesta vanwege van zijn dribbels. Daarna keek ik veel naar Toni Kroos, niemand trapte een betere crossbal dan hij. Tegenwoordig bewonder ik met name Vitinha van Paris Saint-Germain en Pedri bij Barcelona. Als ik voetbal kijk op tv, dan houd ik hen in de gaten.’
